Burn-out behandeling in drie fasen

Blog Hans Schouten Burn-out behandeling in drie fasen

Het drie fasen model bij een burn-out herstel programma

In een typisch geval van burn-out verloopt het herstelproces in drie fasen, waarin je verschillende taken moet volbrengen. Er wordt dan ook van het ‘fasen-takenmodel’ gesproken. Dit model wordt niet alleen door de huisarts en de  POH-GGZ gevolgd, maar ook door vele andere professionals. Het drie fasen model staat ook centraal in mijn Burn-out Herstel Programma.

Burn-out herstel Fase 1 - De crisisfase

Kenmerkend voor fase 1 is de ontreddering en veel spaningssklachten. Je bent meestal overvallen door de overspanning. In deze fase moet je tot rust zien te komen, de overspanning leren accepteren en gaan begrijpen, en alle stressfactoren op een rijtje zetten.

 

Ondersteunende interventies fase 1

Taken voor jou als patiënt:

  • Overspanning begrijpen en accepteren.
  • Tot rust komen.
  • In kaart brengen van problemen.

Aandachtspunten behandelaar:

  • Uitleggen dat wat jij ervaart een normale reactie is.
  • Positieve verwachtingen over beloop geven.
  • Five Shot Test. (bij vermoeden van problematisch alcoholgebruik).
  • Schrijfopdrachten.

 

Burn-out herstel Fase 2 - De probleemoplossingsfase

In deze fase dien je de problemen een voor een te onderzoeken en oplossingen te bedenken.

 

Ondersteunende interventies fase 2

Taken voor jou als patiënt:

  • Problemen prioriteren.
  • Problemen analyseren.
  • Oplossingen bedenken.

Aandachtspunten voor de behandelaar:

  • Schrijfopdrachten.
  • Oplossingen laten genereren.
  • Samenwerking met bedrijfsarts/arboarts.

 

Burn-out herstel Fase 3 - De toepassingsfase

In de derde fase ga je de gekozen oplossingen toepassen, en de sociale rollen die je had laten vallen, geleidelijk weer oppakken.

 

Ondersteunende interventies fase 3

Taken voor jou als patiënt:

  • Oplossingen toepassen.
  • Sociale rollen weer oppakken.

Aandachtspunten voor de behandelaar:

  • Werkhervatting.
  • Samenwerking met bedrijfsarts/arboarts.

 

Uitleg en informatie (fase 1)

Informatie moet je gedurende de crisisfase perspectief bieden op herstel. Snappen wat er aan de hand is en weten waar je aan toe bent vormen een krachtig medicijn tegen ontreddering en demoralisatie.

 

Belangrijke elementen in de uitleg zijn:

Burn-out is een normale, begrijpelijke reactie op te veel stress en komt veel voor. Iedereen kan burn-out raken. Er is voor iedereen een grens aan wat hij aan stress kan verdragen. De huisarts kan het draaglast-draagkrachtmodel schetsen aan de hand van een weegschaalmetafoor en eventueel je positieve eigenschappen benadrukken die onbedoeld tot de overspanning hebben bijgedragen (bijvoorbeeld verantwoordelijkheidsgevoel, doorzettingsvermogen, grote inzet).

 

Eerste adviezen (fase 1)

De begeleiding bij burn-out moet je eigen kracht ondersteunen en je zelfredzaamheid bevorderen. Je wordt benaderd als probleemeigenaar. Dat wil niet zeggen dat je er alleen voor staat. Een groot aantal hulpverleners en instanties kunnen worden ingeschakeld om hulp te verlenen: bedrijfsarts, (bedrijfs)maatschappelijk werk, vakbond, advocaat, psycholoog, VitaliteitsCoach, schuldhulpverlening, en uiteraard de huisarts en POH-GGZ.

 

De belangrijkste adviezen zijn:

Accepteer de burn-out. Acceptatie is een absolute vereiste om de problematiek te kunnen oplossen. De huisarts kan je stimuleren je omgeving te vertellen dat je een burn-out hebt. Dat helpt bij de acceptatie.

In het begin zijn rust en ontspanning belangrijk. Als patiënt weet je vaak het beste wat bij je werkt om te ontspannen. Afleiding en actieve vormen van ontspanning (bijvoorbeeld wandelen of een klusje doen) zijn vaak beter uitvoerbaar dan passievere vormen, zoals ontspanningsoefeningen of gewoon rusten.

 

Rust en ontspanning zijn niet voldoende voor herstel

Je zal ook je stress moeten aanpakken. Dat kan alleen door ermee bezig te zijn. Dit dient gedurende over de dag bewust te worden afgewisseld met rust, ontspanning of afleiding.

Je moet de overspanning stapsgewijs aanpakken. De eerste stap bestaat uit het in kaart brengen van wat er aan stress speelt, waar het mis is gegaan. In een later stadium kan je naar oplossingen zoeken. In het begin moet je niet proberen meteen oplossingen te bedenken.

Het is belangrijk om een vaste dagstructuur aan te houden, met ruimte voor noodzakelijke activiteiten, zoals verzorging van de kinderen, boodschappen doen, het huis opruimen en sociale contacten onderhouden.

 

Schrijfopdrachten (alle fasen)

Het opschrijven van gedachten en gevoelens is een probaat middel om stresserende gebeurtenissen op een rijtje te krijgen, om het bewustzijn van en inzicht in deze gebeurtenissen en gevoelens te vergroten, en om de gebeurtenissen te verwerken. Daarmee kan je al vanaf het eerste consult beginnen.

 

Schrijfopdrachten bij behandeling burn-out

 

Een of meer keren per dag schrijven

De huisarts kan als ‘huiswerk’ afspreken dat je een of meer keren per dag gaat schrijven. Het schrijven gebeurt bij voorkeur op vaste tijden, maar niet te lang achter elkaar omdat spanning en emoties flink kunnen oplopen. Vijftien tot dertig minuten schrijven per keer is doorgaans haalbaar en voldoende.

Na afloop van een schrijfsessie moet je iets ondernemen om de spanning weer te laten zakken, bijvoorbeeld fietsen, een spelletje met de kinderen doen, een boodschap doen, een vriend(in) bellen voor een praatje.

 

Opschrijven wat bij je boven komt

Het is niet nodig om structuur aan het schrijven zelf op te leggen. Je kan het beste opschrijven wat bij je boven komt of waar je de hele dag (en nacht) over piekert. Het is niet erg als je van de hak op de tak springt of in herhaling vervalt. Je schrijft voor jezelf. Door te schrijven groeit en rijpt het verhaal vanzelf in je hoofd.

 

Wanneer de behandelaar leest wat je geschreven hebt

In principe hoeft de behandelaar het geschrevene niet te lezen, maar steekproefsgewijs lezen van enkele passages kan wel een goede indruk geven van de problematiek waar je mee worstelt en de manier waarop je daarover schrijft. Soms kan het nuttig zijn dat de behandelaar een passage leest omdat dat makkelijker is dan erover te vertellen.

De behandelaar moet bij vervolgsessie altijd op het ‘huiswerk’ terugkomen om te voorkomen dat je het afgesproken huiswerk als vrijblijvend gaat zien.

 

Problemen aanpakken (fasen 2 en 3)

Wanneer je enigszins tot rust bent gekomen en door het nadenken, praten en schrijven voldoende overzicht over je situatie hebt gekregen, zou je een lijstje moeten kunnen opstellen van problemen waar je wat mee moet. Dit kunnen gebeurtenissen zijn die je nog moet verwerken, maar ook een teveel aan verplichtingen.

 

Kiezen van een probleem om als eerste aan te werken

De eerste stap betreft het kiezen van een probleem om als eerste aan te werken. Dat hoeft niet het belangrijkste probleem te zijn. Het kan juist helpen om te beginnen met een probleem waarvan de oplossing relatief makkelijk te realiseren is. Een klein succesje kan enorm motiverend werken.

 

Wat wil je bereiken?

De volgende vraag is: wat wil je bereiken? Het doel moet wel realistisch zijn. Iets nastreven wat niet binnen je invloedsfeer ligt, leidt slechts tot frustraties.

De belangrijkste vraag die je moet beantwoorden bij het bespreken van mogelijke oplossingen is: wat zijn mijn opties? Het in kaart brengen van alle mogelijke opties is wellicht de belangrijkste probleemoplossende activiteit. Je denkt na over de voor- en nadelen van de verschillende mogelijkheden. In dit stadium helpt het om met andere mensen te praten, met familie, vrienden of professionals.

 

Meer informatie vergaren over je opties

Je wordt aangemoedigd om zo nodig meer informatie te vergaren over je opties. De huisarts mag best meedenken, maar jij bent probleemeigenaar en daarmee verantwoordelijk voor het oplossen, of op zijn minst hanteerbaar maken, van de problemen.

 

Er is vaak geen ideale oplossing

Uiteindelijk blijven er meestal twee of drie opties over waaruit je zal moeten kiezen. Het is belangrijk te beseffen dat de ideale oplossing er vaak niet bij zit. Dat wordt dus een lastige keuze tussen twee of drie ‘kwaden’. Bij een moeilijke keuze kan een schrijfopdracht behulpzaam zijn. Je krijgt dan als huiswerk om per optie ten minste twintig voordelen en twintig nadelen op te schrijven. Dat geeft inzicht in alle mogelijke positieve en negatieve gevolgen van een bepaalde keuze. Na enige tijd voel je doorgaans vanzelf aan wat voor jou de beste optie is.

 

Een keuze moet vooral goed aanvoelen

Hoewel rationele argumenten uitgebreid aan bod kunnen komen, moet een goede keuze vooral goed aanvoelen. Is de keuze eenmaal gemaakt, dan kun je nadenken over de noodzakelijke stappen om die optie te realiseren. Hierna kan worden afgesproken dat je de eerste stap zet. Het resultaat wordt bij een volgend consult besproken. Vervolgens komt de volgende stap in beeld of, als een probleem is opgelost, een volgend probleem.

 

Werkhervatting (fase 3)

Normaal doorwerken is meestal onmogelijk vanwege problemen op het werk en/of een gebrek aan energie (te traag tempo), prikkelbaarheid (risico op botsingen) en concentratieproblemen (risico op fouten).

 

Burn-out aanpak werkgever en werknemer samen verantwoordelijk

 

Werkgever en werknemer samen verantwoordelijk

De Wet Verbetering Poortwachter stelt werkgever en werknemer samen verantwoordelijk voor het zo snel mogelijk beperken van het ziekteverzuim in omvang en duur. Daartoe moet de werkgever bereid zijn om de aard en omstandigheden van het werk en de werktijden (tijdelijk) aan te passen aan jouw restcapaciteiten. Je moet bereid zijn het aangepaste werk te accepteren, mits het binnen je vermogens ligt.

 

Langdurig verzuim voorkomen

Als het mogelijk is een gedeelte van het werk te blijven doen, kun je je het beste je niet volledig ziek melden. In elk geval moet langdurig verzuim (langer dan drie maanden) worden voorkomen, omdat de kans op succesvolle werkhervatting snel kleiner wordt naarmate het verzuim langer duurt.

Niet alleen ervaar je een steeds hogere drempel voor werkhervatting, ook bij de werkgever ontstaat een steeds hogere drempel voor je re-integratie.

 

Wat kun je nog wel doen?

De behandelaar kan je vragen na te denken over de mogelijkheden om een deel van het werk te hervatten. Wat zou je weer kunnen gaan doen als je omstandigheden en het aantal uren werkhervatting zelf zou mogen bepalen? In principe zou iedereen met een burn-out binnen zes weken weer een deel van zijn werk moeten kunnen hervatten.

 

Samenwerking met de bedrijfsarts/arboarts (alle fasen)

Een arboarts is een (basis)arts die bij een arbodienst werkt. Een bedrijfsarts is een medisch specialist op het gebied van arbeid en gezondheid. Volgens de Arbowet moeten werkgevers zich laten bijstaan door een bedrijfsarts of een gecertificeerde arbodienst voor onder meer de begeleiding van zieke werknemers. De bedrijfsarts/arboarts heeft daarbij een adviserende en ondersteunende rol.

 

De bedrijfsarts/arboarts als bemiddelaar bij burn-out

 

 

Positie van de bedrijfsarts niet geheel onafhankelijk

Het is goed om te weten dat de onafhankelijke positie van de bedrijfsarts in de praktijk onder druk staat doordat hij door de werkgever betaald wordt en met andere bedrijfsartsen/arbodiensten moet concurreren op de markt voor bedrijfsgezondheidszorg. Daarbij komt dat de diensten die bedrijven bij bedrijfsartsen/arbodiensten inkopen vaak minimaal zijn. Daardoor kunnen zieke werknemers vaak niet (tijdig) de begeleiding van de bedrijfsarts/arboarts krijgen die volgens hun eigen professionele richtlijn van toepassing is. Dit geeft nodeloos tijdverlies en vergroot de kans op langdurig ziekteverzuim.

 

De behandelaar als bemiddelaar

Wanneer je niet binnen drie weken een afspraak met een bedrijfsarts/arboarts kan krijgen, kan de behandelaar overwegen te interveniëren, bijvoorbeeld door de werkgever dringend te adviseren op korte termijn een bedrijfsarts in te schakelen. Een werkgever kan zo’n advies om juridisch-maatschappelijke redenen moeilijk negeren.

 

De bedrijfsarts/arboarts als bemiddelaar

Wanneer het contact tussen jou en je werkgever niet optimaal is, heeft de bedrijfsarts/arboarts nogal eens de neiging om zich afzijdig te houden. Dat pakt doorgaans nadelig voor je uit. Het kan dan zeer de moeite lonen om de bedrijfsarts/arboarts te stimuleren een bemiddelende rol te gaan spelen.