Bedrijfsarts en arbo-arts: het verschil

Huisarts meestal eerste aanspreekpunt bij burn-out

De meeste mensen gaan voor een burn-out behandeling bij de huisarts informatie inwinnen. Lichamelijke spanningsklachten en je letterlijk ziek voelen van de stress zijn belangrijke redenen om advies in te winnen bij de huisarts.

In dit artikel lees je hoe de huisarts een burn-out ziet, beoordeelt en welke aanpak hij hanteert.

 

Tips om je burn-out klachten te bespreken bij de huisarts

Een gesprek aangaan met de huisarts bij burn-out klachten kan lastig zijn. Hoe voorkom je dat je met belangrijke vragen of onderwerpen blijft zitten?

 

De voorbereiding:

  1. Maak vooraf een lijst met klachten en vragen die wilt stellen. Daarmee voorkom je dat je belangrijke informatie vergeet te vertellen of vragen vergeet te stellen.
  2. Als je medicatie gebruikt neem deze mee, zodat de huisarts actuele informatie hierover heeft. Dat geldt ook voor vitaminen of voedingssupplementen.
  3. Bedenk of je iemand mee wilt nemen naar het (eerste) consult. Dit kan een familielid of naaste zijn, of iemand anders die je vertrouwt.
  4. Als je méér dan 10 minuten tijd nodig hebt van de huisarts, vraag dan vooraf een dubbele afspraak aan bij de doktersassistent. Dan weet je zeker dat de huisarts even de tijd voor je heeft.

 

Het gesprek met je huisarts:

  1. Wacht niet te lang met een bezoek aan de huisarts: hoe eerder je aan de bel trekt hoe sneller er iets aan gedaan kan worden.
  2. Vertel de huisarts eerlijk wat er speelt. Neem als het kan iemand mee die jou goed kent en die je kan aanvullen als je het niet precies meer weet.
  3. Geef naast psychische klachten ook lichamelijk klachten goed aan. Soms is er een wisselwerking tussen psychische en lichamelijke klachten.
  4. Zorg dat de conclusie van de huisarts helder is voor jou: wat is er precies aan de hand? Is er sprake van een aandoening? Soms gaan spanningsklachten vanzelf voorbij. Wat zijn de vooruitzichten?
  5. Je kunt het gesprek met je huisarts opnemen zodat je het thuis op je gemak terug kunt luisteren, bijvoorbeeld via je telefoon. Bespreek dit vooraf met de huisarts.
  6. Geef informatie over de samenstelling van je familie of dat van je naaste. Vertel wat de gevolgen zijn van de psychische klachten voor mensen in de thuissituatie zoals een partner, ouders, kinderen of broers en zussen. Waar maak je je zorgen over?

 

Aan het einde van je gesprek

Ter afronding van je gesprek is het handig om nog even de volgende zaken na te lopen:

  • Wat speken we af?
  • Staan mijn gegevens goed in het dossier/systeem?
  • Indien nodig: Wanneer zien we elkaar weer?

 

Huisarts behandelt burn-out zelf

De huisarts behandelt lichte psychische klachten, zoals een burn-out, zelf. Hij doet dat vaak in samenwerking met een Praktijkondersteuner Huisarts (POH-GGZ). Hiermee is de kwaliteit van je burn-out behandeling wel sterk afhankelijk van de behandelkwaliteiten- en mogelijkheden van je huisarts of zijn praktijkondersteuner GGZ.

 

Burn-out behandeling niet in de basisverzekering

Voor een burn-out behandeling kun je niet langer worden doorverwezen naar de basis of specialistische GGZ. De behandeling van een burn-out valt niet onder de vergoeding van de basisverzekering. Burn-out word gezien als een aanpassingsstoornis. De behandeling van een aanpassingsstoornis wordt vanaf 1 januari 2012 niet meer vergoed door de zorgverzekeraars. Een werkgerelateerde burn-out behandeling dient dan ook zelf of door de werkgever bekostigd te worden.

 

Burn-out richtlijnen volgens de NHG

Een huisarts of POH-GGZ is geen specialist op het gebied van burn-out. In 2018 heeft het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) voor huisartsen en POH-GGZ een richtlijn opgesteld voor de diagnostiek en behandeling. In deze richtlijn is uiteengezet wat de huisarts en de POH-GGZ voor hun overspannen/burn-out patiënten kunnen doen. Dit artikel is een samenvatting van deze richtlijn.

 

NHG Criteria overspanning en burn-out

De NHG hanteert de volgende criteria voor overspanning:

  • De volgende 4 criteria zijn vereist.
    • Spanningsklachten; minstens 3 van de volgende klachten:
    • moeheid
    • gestoorde, onrustige slaap
    • prikkelbaarheid
    • niet tegen drukte/lawaai kunnen
    • labiliteit
    • piekeren
    • gejaagd gevoel
    • concentratieproblemen/vergeetachtigheid
  • Controleverlies
    • Gevoelens van controleverlies en/of machteloosheid treden op als reactie op het niet meer kunnen hanteren van stressoren in het dagelijks functioneren.
    • De stresshantering schiet tekort; de persoon heeft het gevoel de grip te verliezen.
  • Disfunctioneren
    • Er bestaan significante beperkingen in het beroepsmatig en/of sociaal functioneren.
  • De spanningsklachten, het controleverlies en het disfunctioneren zijn niet uitsluitend het directe gevolg van een psychiatrische stoornis (zie Details).

De NHG hanteert de volgende criteria voor burn-out:

  • Burn-out is een bijzondere, ernstige vorm van overspanning waarbij voldaan is aan de volgende 3 criteria:
    • er is sprake van overspanning
    • de klachten zijn > 6 maanden geleden begonnen, waarbij beperkingen in het functioneren korter aanwezig kunnen zijn
    • gevoelens van moeheid en uitputting staan sterk op de voorgrond
  • Burn-out verschilt van overspanning door:
    • een langere klachtenduur
    • meer op de voorgrond staan van mentale moeheid (verminderde werkgeheugencapaciteit en volgehouden aandacht)
    • het ervaren van uitputting
  • Het benoemen van burn-out in plaats van overspanning heeft nut, omdat een langere duur van minder effectieve copingstijlen en een neiging tot somatiseren (moeheid en uitputting) specifieke aandacht in de behandeling vragen.
  • Een burn-out hoeft niet noodzakelijk werkgerelateerd te zijn.

 

Beloop van burn-out volgens de NHG

  • Het beloop is in te delen in een crisisfase, een probleem- en oplossingsfase en een toepassingsfase.
  • In de crisisfase is de patiënt zodanig ontregeld dat hij niet meer goed kan functioneren en het zaak is tot rust te komen.
  • Deze fase duurt normaliter enkele weken.
  • Daarna volgt de probleem- en oplossingsfase, waarin de patiënt kan werken aan het in kaart brengen van de problemen en het bedenken en bespreken van oplossingen.
  • Ten slotte volgt de toepassingsfase, waarin de patiënt de oplossingen in de praktijk uitprobeert en toepast.
  • Richt het beleid op het goed doorlopen van de 3 fasen, het monitoren van de voortgang en het ingrijpen bij stagnatie. De tijdsduur per fase is indicatief en geen absoluut criterium voor stagnatie.
  • Kennis over de duur van het herstelproces is schaars en overwegend afkomstig uit arbeidsverzuimonderzoek. Overspanning is een belangrijke oorzaak van werkverzuim. De verzuimduur bij overspanning is doorgaans lang: gemiddeld ca. 11 weken met een grote spreiding.
  • De kans op een langduriger herstelproces is verhoogd bij een leeftijd > 50 jaar, een langere klachtenduur op het moment van het eerste contact met de zorgverlener en als er uitval is op meerdere domeinen (privé, werk).

 

Richtlijnen beleid behandeling Burn-out

  • De behandeling is gericht op het herstel van de balans tussen draaglast en draagkracht. De patiënt wordt gestimuleerd tot een actieve probleemoplossende houding.
    • Zelfredzaamheid van de patiënt wordt gestimuleerd.
    • De patiënt wordt aangemoedigd acties te ondernemen om de stress en de gevolgen ervan te verminderen, passend bij de door de patiënt gewenste verandering.
    • Werkende patiënten die reeds verzuimen kan geadviseerd worden om eventueel een beperkte periode rust te houden.
    • Werkende patiënten die niet verzuimen wordt geadviseerd om (gedeeltelijk) te blijven participeren.
  • Voorlichting geven en wijzen op het belang van het (be)houden van een dagstructuur. De overige behandeling is afhankelijk van het beloop en moet passen bij de fase van herstel waarin de patiënt zit.

Herstelproces volgens de NHG

  • Het volledige herstelproces bij overspanning duurt vaak enkele maanden is in te delen in een crisisfase, een probleem- en oplossingsfase en een toepassingsfase.
  • Het herstel duurt bij burn-out doorgaans langer.

Crisisfase

  • De crisisfase duurt meestal enkele weken.
  • In die fase is het zaak te werken aan rust en ontspanning en te komen tot acceptatie van de overspanning en de onderliggende oorzaken.
  • Na een ingrijpende gebeurtenis is men vaak behoorlijk ontregeld.
  • Voor sommige mensen kan een beperkte periode rust goed zijn, maar meestal is (gedeeltelijk) blijven participeren beter voor het gevoel van controle en het herstel van het functioneren.
  • Rust zorgt bij burn-out vaak voor een tijdelijke verslechtering.

Probleem- en oplossingsfase

In de probleem- en oplossingsfase, kan de patiënt de problematiek in kaart brengen en nadenken over oplossingen.

Toepassingsfase

Daarna, in de toepassingsfase, werkt de patiënt aan het weer oppakken van sociale rollen en herstel van functioneren.

Behandeling

De behandeling is gericht op het hervinden van het evenwicht tussen draaglast en draagkracht, waarbij de patiënt zijn draagkracht vergroot (bijvoorbeeld door sociale steun, fysieke en geestelijke ontspanning) en zijn draaglast soms (tijdelijk) moet beperken (door timemanagement).

 

Conclusie burn-out behandeling bij de huisarts

De huisarts en de POH-GGZ hebben in de basis goede richtlijnen om je te ondersteunen in je herstelproces. Daar staat tegen over dat zij geen specialisten zijn op het gebied van burn-out. De NGH heeft voor de aanpak van burn-out drie fasen model als richtlijn opgesteld. Ze kunnen daarbij diverse activerende interventies inzetten.

 

Een burn-out aanpak die dieper gaat

Bovenstaande richtlijnen komen ook terug inmijn aanpak. Het grote verschil is dat ik op een aantal punten dieper met je ga. Hierdoor is de kans op een tweede burn-out klein. Maar ook om je hulpmiddelen te geven die je verder helpen om een vitaal en krachtig te zijn.

Wil jij ook een aanpak die meer oplevert?

Neem dan contact op voor een gratis kennismakingsgesprek.

Vraag hier een GRATIS kennismakingsgesprek aan > >